Beweging helpt je beter leren!

We zijn gewend om te leren door te zitten en te luisteren. Ons schoolsysteem is hierop ingericht en ook de trainingen die we op latere leeftijd volgen tijdens onze loopbaan maken gebruik van deze zit-en-leer methode. Dat dit de norm is, hoeft niet te betekenen dat het ook de optimale manier van leren is. Het grote nadeel van deze methode is namelijk dat onze bewegingsvrijheid (bijna) geheel wordt ingeperkt en ons concentratievermogen daardoor verslapt. Wist jij dat onderzoekers nu juist tot de conclusie zijn gekomen dat beweging en leren elkaar positief beïnvloeden? Lees hieronder wat vaker bewegen voor jouw leerproces kan doen!

Optimale kennisoverdracht

Onlangs was ik aanwezig bij een twee uur durende workshop over kennisoverdracht. De setting van deze workshop is conform de standaard: wij, de toehoorders, zitten in rijen opeengepakte stoelen, terwijl de trainer vooraan staat naast de PowerPoint presentatie. Bij aanvang van de workshop laat de trainer ons weten dat we geen pauze hebben. Twee uur is immers erg kort, geeft de trainer aan, en door de pauze weg te laten kunnen we zo optimaal mogelijk gebruik maken van de tijd en zoveel mogelijk kennis overdragen. Logisch toch? Nou, niet voor mij!

Meteen komt de vraag bij me op: waarom staat zoveel mogelijk vertellen in een zo kort mogelijke tijd gelijk aan de meeste kennisoverdracht? Het valt niet te ontkennen dat je meer kan vertellen in twee volle uren zonder pauze dan in twee uur met pauze, maar dat betekent niet dat er ook het meeste geleerd wordt. Wij mensen hebben geen onuitputtelijk concentratievermogen en we kunnen niet onophoudelijk informatie opnemen. Twee uur luisteren is, mijns inziens, daarom niet de meest effectieve manier om iets te leren.

We beginnen de workshop met een energizer: de trainer vraagt ons om op te staan van onze stoelen en even onze armen en benen te bewegen. Een goede start! Zouden er meer van deze gezamenlijke beweegmomenten, als alternatief voor de pauze, komen? Bij aanvang van het tweede uur wordt mij echter duidelijk dat we voorlopig de stoelen niet meer zullen verlaten. Mijn concentratievermogen begint af te nemen, mijn stoel wordt met de minuut oncomfortabeler en ik krijg pijn in mijn rug. Mijn lijf heeft beweging nodig! Dit moet toch anders kunnen?

Leerstijlen

It’s truly astonishing that the dominant model for formal learning is still “sit and git.” It’s not just astonishing; it’s embarrassing. Why do we persist when the evidence that lecture alone does not cut it is so strong?
— Eric Jensen, Docent en educatie expert

Als we kijken naar de inrichting van onze Westerse educatievormen – of dit nu op een basisschool, een universiteit of op het werk is – valt het op dat wij als norm een zittende kennisoverdracht hebben. De standaard leeromgeving bestaat uit rijen aaneengesloten stoelen die weinig ruimte voor beweging overlaten. Onze leeromgeving is door deze inperking van bewegingsvrijheid een treffend voorbeeld van de scheiding tussen lichaam en geest. En bijna nergens in de Westerse wereld komt deze scheiding sterker naar voren dan in Nederland: wij perken niet alleen de bewegingsruimte in, we gaan er ook vanuit dat meer praktisch bezig zijn gelijk staat aan minder intelligentie (MBO) en denkwerk aan meer intelligentie (WO).

Door deze tweedeling is onderzoek naar cognitieve leerstijlen jarenlang het belangrijkste uitgangspunt voor al onze educatievormen geweest. Denk hierbij aan theorieën zoals de Learning Style Inventory van Kolb en het VAK-model. Deze cognitieve modellen gaan ervan uit dat als elk individu de kans krijgt om op zijn eigen manier te leren, er wel een optimale kennisoverdracht moet plaatsvinden. Een mooie gedachte die gretig werd overgenomen door docenten. Want als er aandacht geschonken wordt aan individuele leerstijlen, kan iedereen optimaal leren. Toch? Hoewel bij deze modellen het individu centraal staat en er duidelijk gekeken wordt naar ieders unieke kwaliteiten, valt het op dat er met één belangrijk aspect geen rekening wordt gehouden: de gemoedstoestand van het individu op het moment van leren.

Beweegmoment

Wat als je een workshop aan het geven bent en je merkt dat je toehoorders niet (meer) geconcentreerd luisteren? Het kan liggen aan de manier waarop je het vertelt of de wijze waarop je jouw PowerPoint in elkaar hebt gezet. Maar misschien zijn ze wel gewoon moe, hebben ze veel andere zaken aan hun hoofd, óf hebben ze een lange dag gehad waarin ze alleen hebben kunnen zitten. Dan maakt het niet uit wat voor auditief en visueel pakkende presentatie je hebt gemaakt, de concentratie zal altijd ver te zoeken blijven.

Op deze gemoedstoestand wordt door de cognitieve modellen niet ingegaan. Daarmee sluiten ze de impact van het lichaam op de geest uit en verkleinen ze de kans van effectief leren. Zonde! Helemaal omdat de oplossing dichterbij en eenvoudiger is dan wordt gedacht: bewegen. Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt dat de hippocampus, het deel van ons brein dat een belangrijke rol speelt bij het opslaan van informatie, baat heeft bij beweging. Beweging vergroot de hippocampus en daarmee het geheugen. Ook zorgt beweging ervoor dat zuurstofrijk bloed naar de hersenen gepompt wordt en ons een energieboost geeft. Wie herkent niet dat gevoel van energie en opleving na het hardlopen of na een avond sporten? Dat is precies wat er gebeurt als je beweging inzet op het moment dat je leert: je energielevel gaat omhoog, je concentratievermogen neemt toe en daarmee het vermogen om kennis op te nemen. Het verhoogt je kans om op topniveau te presteren!

Bewegen helpt je beter leren

Optimale kennisoverdracht vindt dus niet plaats als we de scheiding blijven maken tussen het cognitieve en het lichamelijke. Als we de ontwikkeling van ons brein echt serieus willen nemen, moet beweging een vast onderdeel worden van ons leerproces en onze leeromgeving. Dit geldt ook voor de workshop kennisoverdracht waarbij ik aanwezig mocht zijn. Als ik tijdens de workshop gestimuleerd was om in beweging te komen, door een korte wandeling te kunnen maken in de pauze of door een gezamenlijk beweegmoment, had ik langer geconcentreerd betrokken kunnen blijven bij wat er werd verteld en was er meer informatie bij me binnengekomen. De workshop kennisoverdracht zou daardoor niet zijn eigen doel voorbij zijn geschoten!